Forum
Introductie
Nieuws
Evenementen
Dagboek
In loving Memory Priscilla
Schilderijen
Memory Workshop
Contact
Ingezonden
Links

 

 

 

Maandag, 19 oktober 2009

 

 

Wat is “dood?”

 

Ik heb ooit gelezen dat het in het Aramees “ Leeft niet hier, maar elders” betekent.

 

En zo ervaar ik ook het heen gaan van Priscilla. Het is alsof zij plotseling weg moest om in een ver land te gaan wonen. Daarom dat aan het begin ik sterk het gevoel had dat zij elk ogenblik weer de deur binnen kon komen.

Met haar luidruchtige voetstappen en haar vrolijke “Hallo!”

 

Ergens anders wonen om zich verder te ontwikkelen. Zij is verder gegaan in haar volgende fase.

 

Als ik deze ervaringen met gelovigen praat dan merk ik een behoorlijke kloof in onze beleving.

Ik merk, voel en beleef de aanwezigheid van Priscil na 11 oktober. De eerste weken voelde ik haar zowel heel dicht bij als heel ver weg. Het is alsof zij van mijlen ver zo maar naast je kan komen.; zij was overal en nergens lijkt het wel.

 

Dit gevoel is zo moeilijk te beschrijven en heeft mij in het begin ook volkomen in de war gebracht.

 

Als ik mijn omgeving vraagt dan hoor ik van de een dat een overledene in een diepe slaaptoestand ligt en zeker niet waker zal worden tot de komst van Jezus. De ander verklaarde dat zij gewoon voortleeft in een andere wereld.

 

 

Daarom was ik naarstig op onderzoek gegaan naar antwoorden.

 

Waar is mijn kind nu? Wat doet zij allemaal? Wat voelt zij? Hoe beleeft zij haar nieuwe wereld?

Wat vindt zij van haar nieuwe lichaam? Hoe is het om zonder je aardse lichaam te leven?

 

 

 

  

Het zoeken naar deze antwoorden heeft mij geleid naar zien en beluisteren van ervaringen van mensen die de dood nabij is geweest.

 

“Begeef je je dan niet op glad ijs?”

 

Ik heb mij voorgenomen om eerlijk tegen mijzelf te zijn. Voordat ik een ander kan accepteren moet ik mezelf eerst accepteren. Ik moet weten waar ik in werkelijkheid geloof en door welke geestelijke veranderingen wordt ik momenteel onderhevig. En hier hoort het willen weten van wat er in werkelijkheid  is gebeurd met mijn kind bij.

Ik wil niet meer toehoorder en volger meer zijn, ik wil het zelf  ontdekken zonder belemmeringen van anderen.

 

God is liefde en in die zoektocht vind ik die onbaatzuchtige liefde waar de bijbel over spreekt. Alleen het is nu voor mij onvoldoende om mij te beperken alleen tot de citaten uit dit boek.

God gaat persoonlijk met elke ziel om; wat Hij je te zeggen heeft hoeft niet voor een ander te gelden.

Dat “Persoonlijke”en dat “Intieme” staan bij mij nu centraal.

 

 

 

Ik heb God de laatste maanden leren kennen als een sterke God. Hij heeft een onbetwiste plan voor mij en dat laat hij zien door omstandigheden.

Het is een God die alles aan doet om je te laten ontwikkelen.

Zijn leerschool is menselijk gezien soms meedogenloos. En toch is Hij liefdevol.

 

Vanaf het begin dat ik in deze situatie zit heb ik steeds de drang om dingen te willen begrijpen die niet zichtbaar zijn.

Ik heb een schilderij gemaakt waarbij ik knielend voor een poort door de kieren een glimp probeerde op te vangen van de wereld waar Priscilla nu is.

 

Elke dag stel ik dezelfde vraag:

 

“Wat gebeurt daar, Priscil? Wat heeft dit te betekenen voor mijn leven op aarde?

 

En wonderlijk genoeg krijg ik door die kieren antwoorden die geen mens mij zou kunnen geven.

Mijn spirituele belevenissen zijn mijn stapstenen voor mijn overleving geworden. Hieruit put ik een onmetelijke kracht, want ik wordt telkens geraakt door een kracht die LIEFDE heet.

 

 

 






Zaterdag, 20 augustus 2009

Doch wij willen u niet onkundig laten, wat betreft hen, die ontslapen, opdat u niet bedroeft blijft, zoals anderen die geen hoop hebben.

 

1 tess. 4:13-14

“Vertrouw je me” ik hoorde een stem en zie meteen een grote uitgestrekte hand.

 

De hand nodigt me uit om te springen naar een onbekende dimensie

 

En ik strekt me uit om deze hand te pakken en ik verdwijn in de mistige wereld vol wonderen.

 

Als in een film zie ik een tafereel gelijk een voorstelling van de Disney cartoon, waarin Alladin een hand uitstrekt toen hij op een vliegend tapijt prinses Jasmine ging opzoeken voor haar slaapkamerbalkon.

Na een korte aarzeling vertrouwt Jasmina hem; met vragende ogen stapt zij toch op het tapijt om naast Alladin te zitten.

 

“Vertouw je me?” Prinses Jasmina knikt.

 

Hij bracht haar vervolgens naar ongelofelijk wonderschone oorden.

Door bergen en valleien.

Zij landen op het dak van een Chinees keizerlijk paleis waar groot vuurwerk werd aangestoken. En zij waren één in geest en ziel meer dan ooit.

Priscil was van kleuter af aan dol op Disney tekenfilms. Desney bandjes werden grijs gedraaid en op regenachtige koude dagen keek ze voor de zoveelste keer De Kleine Zeemeermin of Belle en het Beest.

Zij kende alle teksten van de liedjes uit het hoofd. Zij kon die liedjes ook zo  prachtig zingen

 

O God, ik mis haar stem zo, nooit meer haar stem…

Nooit meer haar dromen zien.

Zo keihard van buiten soms, zo romantisch van binnen.

Wat lijkt zij op mij wat dat betreft.

 

Waarom laat God mij dit beleven? . Ik heb hem altijd vertrouwd, maar afgelopen oktober werd ik ontgoocheld door een niet te rijmen gebeurtenis. De pijn van in de steek gelaten te zijn borrelt nog immer.

 

Hoe vaak hoor ik de woorden in de diepere nacht van mijn bestaan. Als ik geen uitweg meer zie, dan hoor ik :

 

 “Het is niet zoals het is” Jij bent deel van het heelal van de eeuwigheid”

"Vertrouw je me?"

 

Als een warme deken daalt deze geest van genezing over me.

Al mijn woede wordt geblust.

Mijn ziel gekalmeerd.

 

 

Ik kan mijn leven na 10 oktober nog nauwelijks bevatten; het is net gespeeld binnen een langdurig dramatoneel.

Gisteren is de Foundation bijv. een feit, en door de media stromen de reacties binnen.

Ik heb een taak, een nieuw taak erbij.

 

Meestal word ik bij deze gedeelte meteen hyperactief in mijn hoofd. Het moet snel en het moet goed lopen.

Roy toomt me steeds in door te zeggen:

"Je hoeft niet zo te rennen. Het komt allemaal wel goed. Je doet al genoeg"

 

En ik luister dit keer naar hem. En ik voel rust in mijn binnenste.

Het is alsof ik een kostbare diamant weg geeft om het te laten bewaren.

Het glijdt uit mijn handen, omdat ik mijn handen durft te openen.

Wat is dit eng.

 

 

 









Zondag, 26 juli 2009

 

 



Oktober

 



Oktober, is het de maand, is het de seizoen,

waarbij bladeren vergelen,

heftig verlangend naar toen.

sinds het leven met de dood moet delen.

 

Een geliefde is heengegaan, een jong, veel belovend leven,

een poort naar hiernamaals is nu open.

Mijn ziel in het vlees geweven,

thans losgeweekt om verder gescheiden te lopen.

 

Men overweegt een rechtvaardige straf,

wat als het kwaad reeds is geschied,

de glans van het leven eraf,

de wereld alom een zwart gebied.

 

Is er dan nog een zwaardere last,

als de dood levendig borrelt van binnen,

vastklampend aan een gebroken mast,

mijlen ver je kind moeten beminnen.




Zondag, 21 juni 2009

 

Zondag 21 juni, het begin van de zomer 2009. Een mijlpaal voorbij.

Mijn beleving die verre van logisch is gaat gestaagd door. Niets is logisch meer , niets is begrijpelijk. Alles is buiten mijn menselijk verstand.

De seizoenen gaan voor bij en elk seizoen betekent voorgoed afscheid nemen, waar menig tranen weer moeten vleien omdat het zo pijn doet.

Nooit meer, nooit meer…

 

Deze zondag morgen, morgen van Vaderdag, voor het eerst zonder Priscil, zonder haar cadeautjes voor haar geliefde papa. Geen mens kan doorgronden wat dit voor Roy zou moeten betekenen. Gisteren was hij lang bij het graf gebleven. Ik was er niet bij, ik kon het niet opbrengen. Waarom moet een mens soms door diepe dalen?

Ik was ongerust en belde hem op, toen zei hij dat hij al op weg was naar huis ging. Maar ik hoorde duidelijk het kraken van het grindpad die op de begraafplaats lag en ik werd met verdriet overspoeld.

In elk vezel voelde ik het gemis bij Roy dat met de dag sterker wordt. Een gemis zo diep als zijn relatie met zijn dochter. Machteloos legde ik de telefoon neer, hij moest hier alleen er doorheen.

 

Ik denk aan mijn eigen verdrietige wereld, terwijl ik naar mijn ziel kijkt die in partjes over de weg ligt. De bebloede delen verzengt door de brandende hitte van de zon. Zelfs de zachtste aanraking doet pijn, ook de aanraking van de ziel. Waar gaat dit heen?

Bewust van mijn machteloosheid kijk ik apathisch naar de horizon. De  horizon die de laatste acht maanden al verschillende kleuren heeft laten zien. Meestal is de kleur blauw-grijs, wit mistig of diep zwart. Enkele keer ook helder amber, bijna zonnig wit. Maar ik weet niet zo goed hoe ik bij die vrolijke lichten moet reageren, het is niet passend, het is totaal van mijn realiteit vervreemd. Hoe dan ook steken zij een fel contrast met mijn ellendig bestaan. Mijn bronnen van vreugde zijn opgedroogd, het water weg gevloeid naar verre oorden om nooit meet terug te keren.

 

Wonderlijk genoeg kan ik in vele momenten mijn ogen naar omhoog richten. Zonder woorden, vlak zonder emotie. In het geheel stilzwijgend richt ik me op God, starend naar die horizon, alsof ik een antwoord verwacht. Ik kijk in die immense leegte waar af en toe de stem van de voorbijgaande wind te hoeren is. De voorbije suizende wind, die vanuit niets komt zonder stem, zonder boodschap, gewoon passerend zonder doel. Ik zie de stofwolk die dan wordt opgezweept, fijne stofdeeltjes dwarrelend in de luchtledige.

 

Te midden van deze kentering mag ik de stem van hoop horen. Zo beschrijf ik het, ik heb anders geen andere benaming die dit gevoel kan benaderen. Deze zachte bries die je nadert en nauwelijks als wind kan worden beschouwd, slechts een trage verplaatsing van lucht en mijn ziel wordt aangeraakt.

Alsof twee  doorzichtige handen die om je heen worden gedrapeerd, raken deze goddelijke aanraking mij. Het is zo subtiel dat elke beschrijving in mensentaal deze beleving te kort doet.

 

En mijn innerlijk wordt opgericht uit de brandende smeltoven. Ik ervaar dat mij een andere dimensie wordt getoond. Van buitenaf kijkt mijn gedachte naar mijn wereld. Ik voel de hopeloosheid en het eindige van mijn bestaan. Het maakt mij enigszins triest, maar de geest laat mij beseffen dat dit niet abnormaal is, het hoort zelfs bij het menselijk bestaan. Een andere kijk naar de keerzijde van geluk. Het is diep verdrietig, maar heel sereen en puur.

 

Ik schok dat ik deze beleving eigenlijk bijna mooi vind. Een gevecht vindt plaats in mijn binnenste tussen mijn vleselijk en geestelijk denken. Als gelouterd door een verterend vuur lag ik daar. Zonder gevoel van pijn overigens, het gevoel is als door een lange tunnel geleid te worden terwijl je ziel gevoed wordt met andere waarheden, het eeuwige.

 

Uren gaan voorbij en mijn ziel lijkt deze ervaring aangenaam te vinden. Mijn innerlijke absorbeert de goddelijke wijsheid in alle hevigheid en ik kom tot een besef.

Ik besef dat het negatieve ook een ander gezicht heeft en dat is het positieve, gespiegeld in de eeuwigheid. De essentie van elk menselijk bestaan.

Als je het maar wil geloven en wil accepteren. Ik voel me als een geroepene om in deze ellendige toestand te verkeren. Van een zielig hoopje mens die door onheil is getroffen, voel ik me op eens uitverkoren om te doen boven menselijk denken.

 

Kennelijk zegt mijn ziel dat ik nog veel goeds tegen kan komen als ik daar maar open wil staan. En mijn geloof bevestigt dit op een duidelijke manier.

 

Ik ben als mens verandert, ja, de gebeurtenis heeft mij duidelijk veranderd. Ik ben onder ander mijn angst voor mensen kwijt geraakt, het is voor mij niet belangrijk meer.

Met alle macht weef ik mijn weg naar de toekomst verder om een goede stramien te verkrijgen. Mijn toekomst, mijn volgende fase die net zo onbegrijpelijk is als die dag in oktober, moet in het teken staat van wonderen.

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------





 

 

Maandag 20 april 2009

 

 

 

 

Tot straks……….

 

 

Het was half 7 ’s avonds. Ik zat in de trein richting
Amsterdam samen met mijn jongste dochter Alyssia.
Het was een mooi zonnig weer in oktober, de zon hing
laag als oranje gloed in de lucht .
Het was vrijdag 10 oktober 2008 om precies te zijn.

Ik belde mobiel met mijn man Roy om te zeggen dat
wij goed en wel in de trein zaten op weg naar de
voorstelling van Ciske de Rat.

 

Terloops hoorde ik de stem van Priscilla op de achtergrond .
Eerder die middag heb ik haar geprobeerd te bellen om te vragen
of de afspraak met de kapper die ze voor me zou regelen gelukt was,
 maar ze nam niet op. Later zag ik een “gemiste oproep” op het scherm van mijn mobieltje.
Priscilla heeft me terug gebeld maar ik was niet bereikbaar.

 

Dus toen ik Roy aan de lijn had en haar stem op de achtergrond hoorde,
vroeg ik hoelaat ik afspraak had met de kapper.
“ Zaterdag, half elf” werd er gezegd. Priscil had de moeite genomen om
een afspraak te maken met onze kapper, ze was het eerst vergeten te regelen
maar ging die vrijdag speciaal voor terug om voor mij een afspraak te maken.

 

Ik vond dit bijzonder omdat zij meestal door de drukte niet de
moeite meer nam als ze iets vergat.

 

Ondertussen was ze rustig gaan eten voordat ze rond kwart vóór acht
naar haar paard in Harmelen zou rijden. Zij was die avond alleen met Roy thuis.
Niet wetende dat dit hun laatste moment was samen.
Vader en dochter die zo close door het leven gingen. In één keer zijn ze wreed gescheiden.
De pijn is onbeschrijfelijk, ik voel het nog zo snijdend in mijn keel.

 

Pas om 23.15 uur had ik weer contact met Roy. Hij zou mij na de voorstelling
ophalen in Utrecht bij het treinstation. Ik belde hem op om te zeggen waar wij stonden.
Toen hoorde ik dat Priscilla een auto-ongeluk heeft gekregen.
En dat hij op de plaats van ongeluk was en dat Priscilla naar
het UMC per ambulance vervoerd was en dat hij mij zo kwam ophalen.

 

Het was net of een atoombom voor mijn voeten ontplofte,
de gevolgen van de knal werd langzaam maar zeker zichtbaar en tastbaar.
Toen keek ik direct in de kamers van de hel.
De overweldigende stank steeg als dikke zwarte rook
mijn ziel binnen en ik werd misselijk van de geur.

 

Na wat op een eeuwig durende wachttijd in de ijzige wind leek daar op
het bovendek van het station, kwam onze donker rode auto
met een politieagente aan het stuur en Roy ernaast aan.

 

Mijn maag was tientallen keren per minuut al gaan omkeren.
Er was een duistere macht die ik niet kon wegjagen en die
elke cel in mij deed krimpen. Deed verdorren, deed vergaan, deed smelten…

 

De hoop die tot het laatst was verdween op 11 oktober om  2.22 uur
als een waterdruppel op een gloeiende woestijnsteen.
Zo dor en dood voelde ik me van binnen.
Alle hoop was vervlogen en ik stond met lege handen en verstijfd ,
toen wij hoorden dat de doktoren de strijd hadden verloren.
Priscilla is in die vroege ochtend uren van ons weggegaan.
Plotseling geroepen door haar Hemelse Vader en ze moest gaan
zonder afscheid te kunnen nemen van haar ouders, broer en zusje.
Van haar vriend, vriendinnen die op haar stonden te wachten, van de wereld waar zij liefdevol
was ontvangen en gekoesterd.
Van haar lieve paard waar zij als haar eigen kindje verzorgde.
De laatste levende wezen die haar gezien had die avond van 10 oktober.

 

 

Alle gevoelens van boosheid, onbegrip, woede, immens verdriet,
verbijstering en ongeloof passeerden als een mallemolen mijn hersenen
tot op de dag van vandaag. Met een brok in de keel schrijf ik dit stukje.

Verdriet heeft nu een naam: Tommy.
De naam van de dader, die dronken en onder invloed van drugs mijn dochter dood reed.
Hij had al maanden geen rijbewijs, voor altijd afgenomen en toch maar blijven rijden.

 

De zinloosheid van zijn daad maakte me telkens boos en hopeloos.
Hoe haalt hij het in zijn hoofd?
Met zijn roekeloze daad is een berg dood en verderf in mijn leven gekomen.
Geen seconde kan ik leven zonder aan Priscilla’s tragedie te denken.

Ja, er waren wel mooie momenten na die bewuste oktober gekomen, het leven ging gewoon door, 
maar die momenten leken vervreemd, anders van wat ik gewend was.
 Ze zijn versteend en kil, onecht en weinig betekenend.

 

Mijn leven is niet meer dat simpele leven ervoor, het is vol littekens en ongenezen wonden.

Ik ben niet meer de oude, het kan ook niet, de gebeurtenis heeft je wezen voorgoed veranderd,
want met priscilla ben je als mens, als moeder, ook dood gegaan.

 

Niet lichamelijk, van buiten zie je misschien er weinig van,
 maar van binnen druppelt nog steeds bloed uit mijn hart, uit mijn ziel, uit mijn gedachten.
 De smaak van mijn bloed is bitter, vergiftigd en zuur van verdriet.

 

Als ik geen geloof had in de levende God dan had het nu al anders eruit gezien met me.
 Ik weet niet wat ik zou  doen, maar het ziet er in ieder geval niet best uit.
Er is gelukkig nog een hand die mij vast houdt.
En ik klamp me aan deze hand vast, hopelijk houd ik het tot mijn dood vol.



*************************************

Gedicht

Ontglipt

 

Tussen de roestbruine herfstbladeren en de stille kilte,

soms doorbroken door de lauwe late zon,

was oktober ingetreden als een dodelijk mes.

abrupt en weerzinkwekkend als een sluipmoordenaar,

liet hij jou op een kale bevroren grond,

met een bloedend hart achter.

 

Als water dat plots weg vloeide,

als waterdruppels in één oogwenk vervlogen,

werd je van mij ontnomen.

 

Vol verbazing en ongeloof,

keek ik naar het gebeuren,

dat te diep was voor menselijk verstand.

 

Stap voor stap, deze zware pad bewandelend,

door dichte bossen vol onbekende dimensies,

op zoek naar de poort,

waardoor je net langs was ontglipt

 

Door een smalle spleet tussen het hout,

zag ik een vage glimp,

van wat de wereld zou moeten zijn,

waar je nu zo liefdevol bevond.

 

En ik, zo zwaar door aardsgebondenheid,

maakte mij vrij,

om de ruimte in te kunnen, die zo vluchtig was als ether,

voor die aanraking, die eens de mijne was.

 

**************************************************************************




 

Engel in het avondlicht

 

 

Een schattig engeltje van porselein. Toen ik hem zag werd ik vertederd. Zij heeft wa weg van Priscilla. Toen ze klein was, mijn kleine engeltje. Niet verlegen, neen, ze had ook haar mondje mee. Stond stevig in haar schoenen, maar zeer realistisch.

 

Een levensgenieter, niet bang voor de toekomst. In alle opzichten ondernemend.

Maar ze kon ook goed voor haar zelf zorgen, zich goed kleden, met tassen vol kleding, schoenen, bijoux, kwam ze, wel een paar peer per week. Haar kasten puilden uit, want er ging alleen wat in en bijna nooit eruit.

 

Wat ze niet meer droeg ging snel naar haar zusje Alyssia, die dit dankbaar in ontvangst nam.

Dit mis ik, haar bedrijvigheid in huis. Waar ik vroeger nog aan kon ergeren, mis ik nu.

Dat was Priscilla, onze levendige mooie engel!



********************************************************


Miskend onrecht

 

Op 27 april werd eindelijk bekendheid gemaakt,

Van dit miskend onrecht,

De dader streng bewaakt,

We zagen hem in het echt.

 

Miskend en onbegrepen deze zaak,

Te beangstigend voor een mens,

Hulpverleners falend in hun taak,

Het leed is te intens.

 

Toch was 27 april,

Het begin van erkenning,

Een dag van overwinning voor Priscil,

Het was geen ongeluk, maar moord in het geding.

 

Zinloos verloren, verdwenen in de mist,

Maar waar mensen stoppen,

Gaan wij door zeker en gewis,

Want geen kind kan worden gemist.

 

“Onbegrepen en miskend” in dit feit,

Moet loskomen van stilzwijgen,

Zodat elke ouder die lijdt,

Genoegdoening mag krijgen.

*******************************************

Witte rozenkrans

 

Een krans vol symboliek, hedera voor eeuwig leven,
de vorm is een cirkel van het oneindige leven,
de witte kleur als teken van puurheid en reinheid,
de zilveren draad als teken van verbondenheid met dit aardse leven
en de parels als symboliek van onze bittere tranen
die God in een fles verzamelt en ooit zullen worden omgezet in witte parels.

 

 

 

 

 

 

Greatest love

 

When my world is falling deep.

Not a single hope to keep.

There is a voice deep in me,

that whisper : I am near, you see.

 

This voice of my Lord,

binds me with His loving cord,

and I abundantly receive,

greatest love so I find relief.


 

*****************************************************************

 

 

 

Houten, zaterdag 2 mei 2009

 

Je leest nu de brief die ik aan de mensen, die mij steunen en mijn lieve collega’s en leidinggevenden.

 

Lieve mensen,

 

Om te beginnen wil ik een ieder die ons in deze zeer moeilijke tijd steunt hartelijk bedanken.

 

Met mij gaat het helaas nog niet goed. Veel lichamelijke klachten, nu kamp ik zelfs met een peesschedenontsteking aan mijn rechter enkel.

Wij zijn namelijk zodanig verwond en niet alleen door het ongeval zelf, maar vooral door het ONRECHT dat ons is aangedaan.

 

Vanaf de eerste seconden ging het bij ons van alles mis. De politie die machteloos toekeek en geen poot had om op te staan omdat de dader de volledige bescherming genoot van de doktoren. Ongelooflijk boos zijn we nog als we hieraan denken.

 

Het ziekenhuis UMC die ons links liet zitten tijdens en na de kritieke uren van Priscilla en een enorme blunder maakte (juridisch strafbaar) door een kopie van medisch rapport met de post op te sturen zonder tekst en uitleg.

De directie heeft een uitgebreide excuusbrief naderhand gestuurd, maar het leed was al geschied!

 

Dan de vervolging van de dader die 3 maanden had geduurd. Elke keer werd het verzoek om een parketnummer aan te maken, door één of andere duistere reden, steeds geweigerd. Zonder parketnummer hadden we geen rechtszaak en kwam ons verhaal niet onder ogen van justitie. De toen verdachte kon zo maar vluchten als hij dat  zou willen en de politie kon niets doen?!   Daarnaast liep de aansprakelijkheid muurvast.

 

Ik heb de media opgezocht, maar ik werd niet geloofd, want mijn verhaal werd nog niet bevestigd door openbare ministerie. Weer werd de dader beschermd. Wij kregen steeds te horen dat verhoor onmogelijk was, want hij was nog te ziek, maar hij kon op 20 december wel 3 weken kerst en oud en nieuw thuis vieren! Wij zijn hier vreselijk kapot gegaan!

 

Wij gingen echter door en bleven de politie elke dag bellen en bezoeken. We namen een strafrechtelijke advocaat voor advies, want bij verkeersdelict ben jij geen partij, maar slechts toeschouwer. Wrang, want het gaat wel om je kind!

 

Uiteindelijk kwam mijn verhaal bij Peter R de Vries.

Door zijn hulp is onze zaak versneld onder de ogen van de justitie gekomen. Toen kwam langzaam maar zeker beweging. Ons dossier kwam onder ogen van een willekeurig officier van Justitie (OvJ) en we kregen bezoek van het hoofd politie Utrecht voor uitleg.

Maar de beloofde familierecherche kwam niet en we bleven verstoken van informatie over de voortgang.

Ook het verhoor van de dader, die rond 15 december gepland was,  ging niet door . Op eens had de dader een advocaat en die was de boel aan het rekken.

Onverteerbaar dat tot die tijd, 3 manden na dato de dader niet eens wist dat hij Priscilla had doodgereden!!

 

Met de snelheid, die je bij de aanslag op de Koninklijke familie zag, was de afhandeling van onze zaak absoluut niet. En dit is bitter, want elke mens in deze situatie verdient een snelle hulp.

 

Ondertussen heeft onze advocaat de zaak ook nog op een onplezierige manier laten vallen, hij verwees ons naar het slachtofferhulp, die achteraf niets voor ons kon betekenen.

Maar ons verhaal kwam toevallig bij de hoogste baas van slachtoffer Nederland, de heer J. Smit, hij gaf toen de opdracht om weer contact met ons op te nemen en een teamleider en case manager is er nu mee bezig. Ik ben wel sceptisch.

 

Mijn leven is op zijn kop. Uit de vele reacties uit het land bleek dat het zelfde onrecht bij velen is geschied. Ik sprak ouders waarbij hun kind in het verkeer omkwam en de politie zei dat het om een eenzijdig ongeval was, maar bij grondig onderzoek bleek dat een schuldige aan te wijzen viel.

Als je als ouders niets doet dan doet niemand het.

 

Mijn strijd tegen dit onrecht IS mijn verwerking. Ik wil alleen nog maar voor Priscilla vechten en lotgenoten helpen.

 

Ik heb contacten gezocht met mensen die de strijd eerder hebben opgepakt.

Want de punten van verbetering, opgesteld door een  Europese Commissie, zijn al meer dan 13 jaar geleden (1995) aan de regering gepresenteerd, maar er is tot op heden niets aan gedaan!

 

Ik werk nu mee met iemand van Elsevier die een reconstructie gaat maken van die bewuste dag 10 oktober 2008. Met dit verhaal en die van anderen gaat hij naar minister Eurling. Om te laten zien dat het zo niet door kan gaan.

 

Ook werken wij mee met het samenstellen van de zogeheten “zwarte boek”. Dit boek wordt samengesteld door Vereniging van Verkeersslachtoffer en zitten vol met schrijnende gevallen als die van ons. Dit boek zal met de punten van verbetering (op juridisch, psychisch, fysiek en financieel gebied) aan minister G. ter Horst worden gegeven.

 

Neen, helemaal perfect zal de wereld niet worden, maar als ik kan bijdrage tot verbetering dan zal ik het doen. Want dit keer is onze dochter het slachtoffer, andere keer kan het één van jullie zijn. Ik wil niet dat iemand nog zal meemaken wat we meemaken. Dit “miskend onrecht” mag niet meer voorkomen, want de wereld draait door, maar niet voor ons.

 

Onze zaak is nu ook nog verdaagd naar 21 juli a.s. De advocaat van de dader wilde nog van alles laten onderzoeken en de dader zelf gaf zijn vriendin nu de schuld van een eerder gepleegd verkeersdelict.

 

 

Toch hebben wij de volste vertrouwen in OvJ mw. E. Martens, haar betoog was zeer goed. Wij kunnen veel slechter treffen.

 

Wij willen allen uitnodigen om 21 juli te komen bij deze openbare zitting van de meervoudige kamer bij de rechtbank van Utrecht. Want rechters zijn ook mensen en ze zagen de geweldige steun die wij vorige keer kregen van meer dan 50 mensen.

 

Ter wille van ons worden alle getuigen nu ter plekke gehoord en niet zoals de advocaat van de dader in de eerste instantie wilde, achter gesloten deuren.

 

Tot zover mijn verhaal. Het gaat jullie allen goed.

 

 

Tess Visser


*******************************************************************************************

 

Maandag, 4 mei 2009

 

De houtduif

 

Deze zomer wordt de tuin helemaal vernieuwd. Er komt een grote blokhut achterin en leistenen voor de hele tuin.

 

De blokhut moet een nieuwe rustplaats voor mij worden om alleen te kunnen zijn. Om te bidden, te lezen, te dichten, te kunnen schilderen en te knutselen. De sfeer binnen en rondom de blokhut is vooral nostalgie.

Mijn verlangen naar de goede “oude tijd” wordt straks in de inrichting van de ruimte vertaald.

 

Ik heb hiervoor God gebeden dat het een ruimte zal worden vol van rust. Ik wil ook mensen kunnen uitnodigen zonder de andere leden van mijn gezin te storen.

Als het goed is komt alles rond begin juli klaar.

 

De oude beplanting van meer dan 17 jaar gaan eruit. Ook de oude appelboom die ik nog van ons andere huis meegenomen had moest weg. Ook de kleine kersenboom boven de vijver gaat eruit.

De stronken en takken van die bomen zal ik laten drogen en bewerken tot gedenktekens voor Priscilla.

Deze bomen hebben Priscilla door de tuin zien komen en gaan, ze hebben haar op mooie warme dagen zien zonnen.

Ik ga ze ook mooi bewerken met veel symboliek en liefdestekens.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Houtduif

 

Begin februari vloog plotseling een houtduif in onze achtertuin. Ik stond erg verbaasd naar te kijken, want in de 17 jaar die wij in dit huis wonen is nooit een duif de tuin in gevlogen. Ik moest ongewild aan Priscilla denken, want het gebeurde toen ik in de put zat.

 

De duif verbleef lange tijd op de takken van de kersenboompje. De weken erna bleef zij  in de tuin rondhangen. Het is een vrouwtje, want in maart begon ze met het bouwen van een nest. Heel slordig gedaan weliswaar, maar het was een heuse nest in de grote conifeer.

 

Helaas was de bouw van dit nestje zo gamel dat de eieren een voor een naar beneden vielen. Maar de duif ging vrolijk verder met eieren leggen, wel 4 of 5.

Een ervan heb ik kunnen bewaren, weer een mooie aandenken van Priscilla.

 

 

De Houtduif die begin februari 2009 in de achtertuin verscheen

 

 

The Young duff in the back yard. It is like a symbol of comfort from heaven.She had a nest with couples of eggs.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een eitje dat nog heel was

 

Het eitje in een mandje gevuld met wat nestmateriaal